
Controle
Op het moment dat iemand zijn of haar natuurlijke tanden verliest, treedt er langzaam verandering op in de vorm van kaak en gehemelte. Het slinkingsproces is met name in het eerste jaar, na het trekken van kiezen en tanden, goed waarneembaar. Zeker in deze periode zal de drager van het kunstgebit op controle moeten gaan zodat het kunstgebit op de juiste manier aangepast kan worden.
Regelmatig op controle
Maar ook nadien is het van belang om regelmatig, om de twee jaar, op controle te gaan bij de ONT-tandprotheticus. Als gevolg van veranderingen in de mond zal het kunstgebit steeds slechter passen waardoor het dragen pijnlijk wordt en er schade aan zowel gebit als het tandvlees optreedt. Er is een steeds groter risico dat het kunstgebit breekt of scheurt en dat er wondjes op het tandvlees ontstaan. In sommige gevallen treden er zelfs vergroeiingen op van het tandvlees. De ONT-tandprotheticus kijkt bij een controle ook naar eventuele onregelmatigheden aan de kaak en kan de zaken tijdig bijsturen door bijvoorbeeld het kunstgebit aan te passen of als dat nodig is de patiënt door te sturen naar een medisch specialist.
“In de regel gaat een kunstgebit vijf tot acht jaar mee. Na die tijd zal deze aan vervanging toe zijn”